
Coaching of therapie: een belangrijke grens met afspraken
De 3de blog in een serie “de toekomst van coaching in de zorg” en een persoonlijke visie van Jac Rongen, ICF Master Coach en therapeut (Somatic Experiencing, NARM en SOMA)
De wachtlijsten in de reguliere geestelijke gezondheidszorg groeien maar door. Dat zorgt ervoor dat mensen met mentale klachten steeds vaker ook bij een coach terechtkomen. Soms om zo de wachtperiode in de GGZ te overbruggen, soms omdat de stap naar een coach laagdrempeliger voelt. Daarmee schurkt coaching steeds dichter tegen therapie aan.
Twee werelden die elkaar raken
Zowel ‘coach’ als ‘therapeut’ zijn onbeschermde beroepsnamen. Dat levert een breed en divers aanbod op én soms ook kaf onder het koren. Binnen beide domeinen vind je uiteenlopende methodieken: van oplossingsgericht werken, cognitieve technieken of systemische benaderingen tot lichaamsgericht en ervaringsgericht werken.
- Coaching richt zich op groei, ontwikkeling en het versterken van vaardigheden in werk of leven. De klant kan zijn eigen vraagstuk dragen.
- Therapie gaat dieper: het herstellen van psychisch of lichamelijk welzijn, het verwerken van trauma of het behandelen van klachten die belemmerend werken in het dagelijks functioneren.
Er valt niet altijd een heldere lijn tussen coaching en therapie te trekken. Toch is die grens er wél, en het is belangrijk om hier zo helder mogelijk in te zijn; naar klanten, naar verwijzers en ook naar coaches.
Het vraagt professionaliteit om de grens te kennen én te bewaken.
Certificering: houvast voor de klant
Een erkende en geaccrediteerde coachopleiding biedt een basisgarantie. Certificering maakt inzichtelijk hoeveel opleiding en praktijkervaring een coach heeft, en verplicht tot intervisie en bijscholing. Maar misschien nog belangrijker: het geeft ook de garantie dat een coach minimaal het grensgebied tussen coaching en therapie onderkent. Een goed opgeleide coach weet wanneer coaching passend is, maar ook wanneer er therapie nodig is en maakt dat expliciet kenbaar aan de klant. Juist dat vermogen om de (eigen) grenzen te kennen en uit te spreken, vormt een essentieel onderdeel van professioneel en ethisch werken.
Daarnaast biedt lidmaatschap van een vakvereniging of een beroepsorganisatie zekerheid. Deze ziet toe op kwaliteit, stimuleert blijvende ontwikkeling, en voorziet in een loket waar men met klachten terecht kan. Dat geeft klanten én werkgevers houvast. Natuurlijk bestaan er ook goed werkende coaches zonder certificering, maar een erkend keurmerk en lidmaatschap van een beroepsorganisatie maken de keuze overzichtelijker. Vooral organisaties die bijdragen in de kosten kijken daar steeds vaker naar.
Het lichaam als kompas
In mijn eigen werk staat een somatische insteek centraal. Het lichaam laat vaak eerder zien waar spanning, blokkades of neiging tot bewegen zijn dan woorden dat doen. Ademhaling, houding en kleine signalen vormen een ingang voor zowel coaching als therapie.
Maar,
- bij coaching gebruik ik het lichaam eerder om nieuwe mogelijkheden te ontdekken en gedragspatronen in beeld te krijgen.
- bij therapie gaat het meer om heling en verwerking van oude pijn of belemmerende ervaringen.
Met mijn klanten bespreek ik waar we staan en wat passend is. Die openheid voorkomt dat coaching ongemerkt in therapie verandert of andersom.
Hoe vind je een passende coach?
Een goede klik blijft de basis. Maar daarnaast is het verstandig om een paar vragen te stellen:
- welke opleiding heeft de coach afgerond, en is die erkend?
- hoe regelt de coach zijn of haar professionele ondersteuning, zoals vervanging, intervisie of supervisie?
- en misschien wel het belangrijkste: kan de coach helder uitleggen waar coaching stopt en therapie begint?
Juist dat laatste geeft vertrouwen en maakt duidelijk dat de coach zijn grenzen kent en die bewaakt in het belang van de klant. Naarmate de thema’s van klanten steviger zijn, is het vanzelfsprekend dat de coach naast een coachopleiding ook wat diepgaander en langdurige opleidingstrajecten gedaan heeft waar zelfontwikkeling en het aanpakken van de eigen issues een vanzelfsprekend onderdeel van zijn.
Netwerk en doorverwijzen
In de praktijk krijg ik regelmatig klanten doorgestuurd vanuit een huisartsenpraktijk. Vaak hebben verwijzers eerst zelf ervaren wat coaching inhoudt, bij mij of een collega. Zo creëert een verwijzer een netwerk waarin beter kan worden ingeschat welke vragen passen bij coaching, en wanneer therapie nodig is, en naar wie het beste kan worden doorverwezen.
Een goede coach kent ook weer collega’s en verwijst daar naar door. Zo werkt het vakveld als geheel ondersteunend.
Conclusie
Certificering en de beroepscode helpen om kwaliteit en veiligheid te borgen. Binnen die basis hebben coaches de ruimte om eigen accenten toe te voegen, zoals somatische of ervaringsgerichte methodieken. Zulke aanpakken maken het vak rijker en sluiten vaak op een andere manier aan bij de behoeften van klanten dan een puur cognitieve benadering.
Het is precies hier dat de grens ertoe doet: coaching gaat over groei en ontwikkeling, therapie over herstel en verwerking. Wanneer die scheiding helder is, ontstaat er vertrouwen en duidelijkheid voor klanten en verwijzers. Zo wordt coaching niet alleen ingezet om wachttijden te overbruggen, maar krijgt het een volwaardige, en vaak aanvullende plaats naast de GGZ. Een eigen discipline, die bijdraagt aan welzijn, veerkracht en duurzame ontwikkeling en daarmee een waardevolle aanvulling vormt in het bredere zorglandschap.
Over de auteur
Jac Rongen werkt als coach en therapeut (Somatic Experiencing, NARM en SOMA) altijd lichaamsgericht, en in de buitenlucht. Zijn klanten hebben vaak stressklachten, of gaan weer aan het werk vanuit een burn-out. Als mentorcoach (MCC) is hij betrokken bij de opleiding van coaches.





